
De cybercapaciteit bij de militaire inlichtingendienst
Halfweg oktober 2022 richtte het ministerie van Defensie het Cybercommando op. Dat werd ingebed binnen de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht (ADIV) met de bedoeling deze dienst toe te laten zijn opdrachten in cyberspace uit te voeren. Voorliggend onderzoek heeft aangetoond dat de interne zeggenschapsstructuren en beheersinstrumenten deze wettelijk voorziene inbedding van het Cybercommando binnen de ADIV in de praktijk bevestigen.
Met de oprichting van het Cybercommando werd een eerste stap gezet in de verdieping en verbreding van de cybercapaciteit van Defensie, waarbij uiteindelijk vanuit deze eenheid een volwaardige Cybermacht werd gecreëerd, één van de vijf machten van de Belgische Krijgsmacht.
De cybercapaciteit van het Cybercommando staat thans in voor de exploitatie van cyberspace ten voordele van de ADIV en van Defensie en biedt in bepaalde gevallen steun aan de Natie. Afhankelijk van haar opdracht, valt de cybercapaciteit onder een verschillend juridisch kader: de Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (W.I&V) – in dat geval berust de verantwoordelijkheid bij het Cybercommando van de ADIV) – dan wel het Koninklijk besluit Structuur Defensie en de Wet Aanwending en Paraatstelling Defensie en zijn uitvoeringsbesluit, in dat geval berust de verantwoordelijkheid bij de Cybermacht. Hoewel vanuit juridisch oogpunt het Cybercommando en de Cybermacht twee afzonderlijke entiteiten zijn binnen de Krijgsmacht, is dit op organisatorisch vlak niet zo. De commandant van het Cybercommando is tevens de commandant van de Cybermacht en er is één organisatie waarbinnen alle personeelsleden, desgevallend, ten dienste (moeten) staan van beide hoedanigheden. Waar de cybercommando-opdrachten en -bevoegdheden wettelijk zijn vastgelegd in de W.I&V, is dit niet het geval voor de opdrachten van de Cybermacht. Anderzijds verschillen de gezagslijnen naargelang de cybereenheid optreedt als uitvoeringsorgaan van de ADIV (chef ADIV) of als Cybermacht (Chef van Defensie).
Deze dualiteit in juridische structuur, hoewel begrijpelijk en verantwoord, houdt het risico in op onduidelijkheid bij de uitvoering van de opdrachten en bij de aanwending van bevoegdheden, alsook op discussies omtrent de bevoegdheid van het Comité R/I als toezichtorgaan op de activiteiten van de cybereenheid. Het Comité formuleert dan ook aanbevelingen met betrekking tot (1) de verduidelijking van de opdrachten van de Cybermacht, (2) de verdere inkapseling van het Cybercommando binnen de ADIV en (3) het verlenen van de bevoegdheid aan de Kamercommissie Opvolging Militaire Missies om het Comité te gelasten met een toezichtonderzoek naar de cybercapaciteit handelend als Cybermacht. De overige aanbevelingen hebben betrekking op de noodzaak tot voldoende aandacht voor de financiële middelen voor de cybercapaciteit, de steunverlening aan de Veiligheid van de Staat (VSSE) en een mogelijke herziening van de ‘tegenaanval’-bevoegdheid van de ADIV in cyberspace.
