Skip to main content Scroll Top

NIEUWS

De analysemethodologie bij de beoordeling van personen

Elke dag opnieuw maken de Veiligheid van de Staat (VSSE) en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) individuele analyses van de dreiging. In verschillende stadia van een inlichtingenonderzoek, en om verschillende redenen, maken deze analyses soms het voorwerp uit van externe communicatie met partners en overheidsinstanties. Dergelijke communicatie kan zeer concrete negatieve gevolgen hebben voor de rechten en vrijheden van burgers, daar ze kan leiden tot administratieve beslissingen die een significante weerslag op hen hebben (bv. weigering of intrekking van een veiligheidsmachtiging, weigering van afgifte of intrekking van identiteitsdocumenten of een verblijfsvergunning, weigering om de Belgische nationaliteit toe te kennen, bevriezing van tegoeden enz.). Om licht te werpen op wat zich afspeelt achter de schermen van deze individuele dreigingsanalyses en op de wijze waarop de resultaten van deze analyses aan derden worden gecommuniceerd, heeft het Comité R/I een toezichtonderzoek geopend in verband met de analysemethodologie die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruiken om personen te kwalificeren.

In het kader van dit onderzoek is het Comité nagegaan welke methodologie elk van beide inlichtingendiensten hanteert om individuele dreigingsanalyses uit te voeren en op te stellen en om daarover te communiceren met zijn externe partners. Het Comité heeft ook bestudeerd hoe deze methodologie intern wordt verspreid bij de medewerkers die de opdracht hebben ze toe te passen. Daartoe zijn er vragen overgelegd aan de inlichtingendiensten; de schriftelijke antwoorden op die vragen werden aangevuld met gesprekken. Parallel heeft het Comité een analyse gemaakt van de relevante regelgeving en van de interne documentatie bij de VSSE en de ADIV.

Tijdens zijn onderzoek heeft het Comité R/I vastgesteld welke initiatieven binnen de VSSE worden genomen om de praktijken inzake toekenning van kwalificaties aan personen op een professionele leest te schoeien. Het Comité heeft inzonderheid waardering voor de terbeschikkingstelling van een lijst met termen (en hun definitie) om “Persons of interest” te kwalificeren. Door aan elk van die termen een unieke definitie te geven, zorgt de dienst ervoor dat de medewerkers deze termen in overeenstemming met deze interpretatie zullen gebruiken. Het feit deze definities worden gedeeld in de externe nota’s van de VSSE is ook bevorderlijk voor het goede begrip door de ontvangers van de gebruikte termen. De dienst heeft ook hulpmiddelen ontwikkeld om zijn medewerkers te ondersteunen bij de toepassing van deze methodologie, meer bepaald een verplicht te gebruiken lexicon en redactionele normen die beschikbaar zijn op het intranet. Hoewel het Comité aanbeveelt om bepaalde aanpassingen door te voeren om verwarring te voorkomen, is uit het onderzoek gebleken welke inspanningen de VSSE levert om die instrumenten vlot toegankelijk te maken. Deze instrumenten volstaan echter niet om een homogene analyse van vergelijkbare fenomenen te garanderen en bieden ook geen echt kader voor de individuele dreigingsanalyses als zodanig. De definities van de termen die erin voorkomen, laten nog steeds (te) veel marge voor beoordeling door elke medewerker van de dienst die belast is met de evaluatie van de potentiële dreiging die een individu vertegenwoordigt. Met betrekking tot extremisme en terrorisme zijn er indicatoren vastgesteld als leidraad voor de analyse van de individuele dreiging, maar het instrument is niet verplicht en wordt in de praktijk zelden gebruikt. Het is nodig om echte indicatoren te definiëren voor alle kwalificaties die kunnen worden gebruikt. Deze fase, die veel werk vereist maar cruciaal is, moet nog worden doorlopen.

Van zijn kant legt de ADIV uit dat de dienst voornamelijk strategische analyses maakt waarvoor deze dienst gebruik maakt van het vocabularium en de methodologie die binnen de NAVO zijn ontwikkeld. Individuele dreigingsanalyses zijn zeldzamer, wat volgens de militaire inlichtingendienst het ontbreken van een echt geconsolideerde methodologie rechtvaardigt. Aan de opstellers van de individuele analyses wordt gevraagd om de terminologie en definities van de ontvangers van deze nota’s te gebruiken. Deze benadering is echter niet zonder risico, gezien de vele en gevarieerde partners van de dienst. Volgens het Comité R/I moeten er inspanningen worden geleverd om de analyseproducten van de ADIV te professionaliseren en om het personeel te ondersteunen bij het opstellen van nota’s. Bovendien heeft het onderzoek van het Comité opnieuw aangetoond welke moeilijkheden er bestaan wat betreft de interne doorstroming van informatie, tussen de verschillende directies, platformen en cellen.

Tot slot, met betrekking tot terrorisme en extremisme, looft het Comité het belangrijke werk van verduidelijking dat is verricht door de vier basisdiensten van de Strategie T.E.R. (Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), VSSE, ADIV en Federale Politie) en het resultaat daarvan met de Joint Counter Extremism and Terrorism Glossary die een gemeenschappelijke definitie van 35 termen en kwalificaties oplegt. Het Comité ziet daarin een antwoord op de vaststelling die in eerdere toezichtonderzoeken werd gemaakt wat betreft het problematische gebruik door de diensten van verwante maar niettemin verschillende begrippen in de strijd tegen terrorisme en extremisme. Het Comité moedigt verdere samenwerking sterk aan, meer bepaald door indicatoren te definiëren voor elk van de definities in het gemeenschappelijke lexicon.

Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelingssite. Schakel over naar een productiesite sleutel om remove this banner.