Skip to main content Scroll Top

NIEUWS

De analysemethodologie van het OCAD om kwalificaties toe te kennen aan personen

Naar aanleiding van meerdere thematische onderzoeken werd vastgesteld dat de door het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) gehanteerde methodologie voor het uitvoeren van individuele dreigingsevaluaties onvoldoende bekend was. Nochtans kunnen de door het OCAD opgestelde evaluaties zeer concrete gevolgen hebben voor de rechten en vrijheden van de betrokken burgers, aangezien zij, afhankelijk van het ingeschatte dreigingsniveau, aanleiding kunnen geven tot het nemen van operationele en administratieve maatregelen. Om deze praktijken nader te belichten, hebben de Comités P en R/I een gemeenschappelijk toezichtonderzoek opgestart dat zich richt op de methodologie die het OCAD hanteert bij het toekennen van kwalificaties aan personen en bij de beoordeling van het dreigingsniveau dat van hen uitgaat.

Een analyse van de door het OCAD gehanteerde kwalificaties heeft de Comités in staat gesteld vast te stellen dat de dienst enerzijds een onderscheid maakt tussen de wettelijke statuten waaronder entiteiten kunnen worden opgenomen in de Gemeenschappelijke gegevensbank terrorisme, extremisme en radicaliseringsprocessen (GGB T.E.R.) en anderzijds de terminologie die is opgenomen in een lexicon getiteld “Joint Counter Extremism and Terrorism Terminology”. Dit lexicon, dat begin 2025 formeel werd bekrachtigd, werd ontwikkeld door de vier basisdiensten van de Strategie T.E.R. (het OCAD, de geïntegreerde politie en de twee inlichtingendiensten) en beoogt de partners een gemeenschappelijk referentiekader te bieden voor de beschrijving van entiteiten die in het kader van deze strategie worden opgevolgd.

Het onderzoek van de door het OCAD gehanteerde methodologie voor het beoordelen van het dreigingsniveau dat van personen uitgaat, heeft aangetoond dat het coördinatieorgaan zich baseert op twee onderscheiden methodologieën bij de uitvoering van deze beoordelingen:

  • Bestemd voor de langetermijn-opvolging van alle entiteiten in de GGB TER berust de eerste methodologie op een complex kwantitatief en kwalitatief instrument, genaamd RooT37. Dit instrument, dat is gebaseerd op zogenoemde methodologieën van “gestructureerd professioneel oordeel”, omvat 37 risico-indicatoren die zijn ondergebracht in vijf risicodomeinen: (1) ideologieën, overtuigingen en geloofsovertuigingen; (2) de sociale context; (3) intentie; (4) handelingen, capaciteiten en vaardigheden; (5) de psychische problematiek. Deze indicatoren worden individueel geëvalueerd op basis van de beschikbare informatie met betrekking tot een bepaalde entiteit, waarna een globale beoordeling wordt geformuleerd. Sinds de invoering in 2020 werd dit instrument door het OCAD ontwikkeld vanaf 2017, op basis van de ervaring van zijn medewerkers en met inspiratie uit vergelijkbare buitenlandse risicobeoordelingsinstrumenten. Na afloop van hun onderzoek hebben de Comités vastgesteld dat het RooT37-instrument op zorgvuldige wijze werd ontwikkeld. Niettemin formuleren zij meerdere aanbevelingen, waaronder de uitvoering van een jaarlijkse interne controle en een vijfjaarlijkse externe evaluatie, teneinde een kritische reflectie mogelijk te maken over de geschiktheid van de risico-indicatoren en hun weging in het licht van de evolutie van wetenschappelijke en empirische inzichten. Wat betreft de psychische problematiek erkennen de Comités P en R/I dat de samenhang tussen psychische stoornissen en bepaalde indicatoren van radicalisering een impact kan hebben op het risico van het aanwenden van terroristisch of extremistisch geweld. Tegelijkertijd stellen zij de moeilijkheid vast om deze problematiek adequaat te integreren in een instrument zoals RooT37. Zij bevelen daarom de uitvoering aan van een interne studie die tot doel heeft een kritische analyse te maken van de wijze waarop deze categorie van indicatoren in de praktijk wordt meegenomen in de beoordeling van entiteiten binnen de GGB T.E.R.

 

  • Voor de beoordeling van de dreiging uitgaande van personen die niet zijn opgenomen in de GGB T.E.R., of naar aanleiding van specifieke incidenten of gebeurtenissen met betrekking tot een persoon (ongeacht of deze al dan niet in de GGB T.E.R. voorkomt), maakt het OCAD gebruik van een aanzienlijk beknoptere methodologie met een louter kortetermijn-reikwijdte. De Comités steunen het actualiseringsproject dat het OCAD tijdens het onderzoek heeft vermeld, met name gelet op het bijzonder summiere en verouderde karakter van deze methodologie. Daarnaast, aangezien een entiteit die in de GGB T.E.R. is opgenomen in noodsituaties soms volgens deze vereenvoudigde methodologie wordt onderworpen aan een dreigingsbeoordeling, bevelen de Comités het OCAD aan bijzondere aandacht te besteden aan de wisselwerking tussen deze methodologie en RooT37, evenals aan de coherentie van de gegenereerde resultaten. Dit impliceert dat duidelijk moet worden afgebakend in welke gevallen een ad-hoc beoordeling van entiteiten in de GGB T.E.R. volgens deze vereenvoudigde methodologie aangewezen is.
Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelingssite. Schakel over naar een productiesite sleutel om remove this banner.